Wat is de oorzaak van stotteren? Eenvoudig uitgelegd 

Stotteren is een neuromusculaire timingsstoornis

Bij spreken wordt er een systeem van neurale circuits in de hersenen geactiveerd. Er worden verbindingen gemaakt tussen verschillende gebieden in de hersenen: van de cortex, naar de basale ganglia, de thalamus en terug naar de cortex. Deze verbindingen wordt ook de cortico-basale ganglia-thalamocorticale (cortico-BG) lus genoemd. De cortico – BG lus is verantwoordelijk voor het starten van spraakmotorische programma’s. Bij iemand die stottert is er een storing in deze lus waardoor de spraak fout wordt aangestuurd. Mensen die stotteren hebben een verminderd vermogen om spraakmotorische programma’s te starten, vol te houden en/of te beëindigen. Je kan dus stellen dat het brein van iemand die stottert anders werkt dan bij iemand die niet stottert.

Eenvoudig gezegd hebben mensen die stotteren moeite om op het juiste moment, de juiste spieren met de gevraagde spanning én in de goede volgorde te gebruiken.

Aanleg en erfelijkheid

Er is van bij de geboorte een bepaalde aanleg om te gaan stotteren. Het is dus perfect mogelijk dat een kind wat al zeer vroeg de eerste woordjes en zinnetjes zegt en aanvankelijk zeer duidelijk en verstaanbaar is, stilaan begint te stotteren.

De storing in de gebieden in de hersenen die in staan voor spraak (cortico BG-lus), die aan de basis ligt voor het stotteren, zou aangeboren zijn en zijn erfelijke factor is niet onbelangrijk.

Uitlokkende factoren

Uitlokkende factoren zorgen ervoor dat het kind zal stotteren. Dit kan gaan van een sprong in de spraak- en taalontwikkeling, dynamiek binnen het gezin (veel of weinig beurtnemen, druk leven,…) tot een ingrijpende gebeurtenis (geboorte van broertje of zusje, voor het eerst naar school, scheiding, overlijden,…). Deze factoren zullen het stotteren uitlokken. Belangrijk om te benadrukken is dat deze factoren niet aan de oorzaak liggen van het stotteren.

Instandhoudende factoren

Hoe het kind en de omgeving reageert op en omgaat met het stotteren, zal het stotteren in stand houden. Zo kan het kind bijvoorbeeld trucjes ontwikkelen om makkelijker uit het stottermoment te raken (hoofd bewegen/ogen dichtknijpen/roepen/… tijdens het stottermoment) of negatieve gedachten en gevoelens ontwikkelen waardoor het stotteren zich verder zal ontwikkelen.