Het verloop
Stotteren begint meestal op jonge leeftijd, meestal met vrij ontspannen herhalingen. Na verloop van tijd kunnen er meer onvloeiendheden optreden, kunnen ze langer duren en meer gespannen worden. Niet alleen het aantal maar ook de aard van de stottermomenten verergert. In het begin manifesteert het stotteren zich enkel als een spreekprobleem maar naarmate men langer en erger stottert, kunnen er eveneens problemen ontstaan op cognitief-emotioneel en sociaal vlak.
Bij sommigen ontwikkelt het stotteren zich echter helemaal niet geleidelijk aan, maar ontstaat het plots en kan het ook onmiddellijk in ernstige mate voorkomen.
Variabiliteit
Stotteren is variabel en spanning gebonden. Niemand stottert elke dag evenveel. De ene dag kan iemand meer stotteren dan de andere dag. Positieve (blij, enthousiast) en negatieve (stress, vermoeid, ziek) emoties kunnen het stotteren uitlokken, maar zijn er niet de oorzaak van.
In bepaalde situaties kan het stotteren wegblijven
Er zijn bepaalde spreeksituaties waarbij stotteren niet op veel minder optreedt: tijdens zingen, fluisteren, samen spreken, spreken met overdreven intonatie, ritmisch spreken, in slowmotion spreken,… Een mogelijke verklaring hiervoor zou een veranderd spraakpatroon en een ander communicatief karakter van het spreken kunnen zijn.