Therapie bij verworven stotteren

Bij verworven stotteren ontstaat het stotteren pas op latere leeftijd. Dat is anders dan het “gewone” stotteren, dat meestal in de kindertijd begint.

Er zijn drie vormen van verworven stotteren

Neurogeen stotteren

Het stotteren ontstaat door een beschadiging of ziekte van de hersenen, bijvoorbeeld na een beroerte of een hersenletsel.

Psychogeen stotteren

Het stotteren ontstaat na een psychisch probleem of een emotioneel ingrijpende gebeurtenis.

Farmacogeen stotteren

Het stotteren is een bijwerking van medicatie. Vermoed je dit? Stop nooit zelf met je medicatie, maar bespreek het eerst met je arts.

Omdat de oorzaak van verworven stotteren in de hersenen, de medicatie of de psyche kan liggen, werken we waar nodig samen met je huisarts, neuroloog of psycholoog. Zo krijg je zorg die past bij het hele verhaal.

Verschil met ontwikkelingsstotteren (het “gewone” stotteren):

  • De onset is op latere leeftijd
  • Minder secundair stottergedrag
  • Weinig spreekangst of schaamtegevoel
  • Geen adaptatie-effect (bij steeds eenzelfde tekst lezen wordt het stotteren niet minder)
  • Ook onvloeiendheden tijdens het zingen of bij ‘automatische spraak’ zoals de dagen van de week opsommen

Onze therapie verloopt als volgt:

1. Een grondig onderzoek

We brengen in kaart hoe je spreekt, sinds wanneer het stotteren er is en wat de mogelijke oorzaak is. Zo stemmen we de therapie af op jouw situatie.

2. werken aan vlotter spreken

Met spreektechnieken verkrijg je meer controle over je spreken.

3. Leren omgaan met stotteren, niet helpende gedachten/ gevoelens

We werken ook aan eventuele niet helpende gedachten/gevoelens die gepaard kunnen gaan met het stotteren.